Samenvatting
- Het norovirus is een zeer besmettelijk virus dat een maag-darminfectie kan veroorzaken.
- Ieder jaar krijgen in Nederland ongeveer een half miljoen mensen buikgriep door het norovirus.
- Een infectie door het norovirus geeft vaak heftig braken en diarree.
- Veel voorkomende andere klachten zijn krampende buikpijn, misselijkheid, koorts en hoofdpijn.
- Het virus is zo besmettelijk dat het vanuit het braaksel zelfs via de lucht een ander kan besmetten.
- Na twee dagen zijn de klachten meestal al veel minder.
- Als de klachten weg zijn bent u nog drie dagen besmettelijk voor anderen.
- Was uw handen zeer zorgvuldig na toiletgebruik.
- Zorg dat u voldoende vocht binnen krijgt.
- Geef vooral kinderen en zeventig plussers bij kans op uitdroging een speciaal drankje: ORS.
Hoe komt iemand aan het norovirus?
Het norovirus zit in de mond, de darm en vaak op de handen van iemand die besmet is.
- Het zit vooral in de ontlasting en in het braaksel.
- Het virus is zo besmettelijk dat het vanuit het braaksel zelfs via de lucht een ander kan besmetten.
- Ook via speekseldruppeltjes kan het virus worden overgedragen
- Wanneer iemand met een norovirusinfectie aan zijn mond zit, naar het toilet gaat of braakt, dan zit het virus daarna ook op zijn handen. Als hij zijn handen en polsen niet goed wast, kan hij het virus heel gemakkelijk op anderen overdragen.
- Als iemand die met het norovirus besmet is, in de keuken werkt, kan het virus via het voedsel weer anderen besmetten.
- Ook via het toilet kan het norovirus worden overgedragen.
Wat zijn de verschijnselen van een maagdarminfectie met het norovirus?
- Een infectie door het norovirus geeft vaak heftig braken en diarree.
- Veel voorkomende andere klachten zijn krampende buikpijn, misselijkheid, koorts en hoofdpijn.
- Wanneer iemand besmet is met het norovirus begint het braken meestal binnen drie dagen. Het is heftig maar gaat ook snel weer over.
- Na twee dagen zijn de klachten meestal al veel minder.
- Na vier dagen zijn de klachten over en heeft u weer trek in eten.
- Bij kleine kinderen of 70 plussers kan de darminfectie heftiger verlopen en wat langer duren. Door het vele braken en de diarree kunnen vooral de kleine kinderen en de ouderen gemakkelijk uitdrogen.
Hoe voorkomt u dat u het norovirus aan iemand anders geeft?
U kunt zelf veel doen om de kans op besmetting van anderen zo klein mogelijk te maken:
- Heeft u in huis meer dan een toilet dan is het verstandig een toilet voor u zelf te reserveren.
- Bereid geen eten zolang u ziek bent.
- Was uw handen zeer zorgvuldig na toiletgebruik.
- Raak zo min mogelijk uw mond aan, want dan zit het virus weer op uw handen.
- Was uw handen voor het eten.
- Geef anderen liever geen hand en vermijd intiem contact.
- Maak het toilet een aantal keer per dag schoon met chloor. Ook de wastafel, kranen, spoelknop en deurknop moet u schoon houden.
- Scherm uw mond af als u moet hoesten of niezen.
- Blijf, zolang u ziek bent, thuis als u in een keuken, kantine, horeca, ziekenhuis of verpleeghuis werkt.
- Van leerkrachten of personeel van een kinderdagverblijf wordt meestal ook verwacht dat ze thuis blijven.
- Als de klachten weg zijn moeten de hierboven genoemde mensen nog 3 dagen thuisblijven, omdat ze in die periode nog besmettelijk zijn voor anderen.
Heeft een patiënt in een ziekenhuis het norovirus, dan wordt hij of zij vaak apart verpleegd.
Advies bij een maagdarminfectie met het norovirus
- Zorg dat u voldoende vocht binnen krijgt. Neem als u erg misselijk bent elke tien minuten een eetlepel water, dan is de kans het grootst dat u het binnen houdt.
- Let bij een klein kind extra goed op of het voldoende drinkt en of het voldoende plast.
- Wanneer een klein kind minder dan de helft drinkt van wat hij of zij normaal drinkt, kan het uitdrogen.
- Een klein kind dat veel braakt en diarree heeft kan snel uitdrogen
- Als de luier van de baby langer dan acht tot twaalf uur droog blijft moet u extra alert zijn.
Bel de praktijk als u dit merkt. - Probeer, als u zich weer een beetje beter voelt, geleidelijk weer wat te eten. Daar is geen speciale regel voor. Neem waar u zin in heeft in kleine hoeveelheden.
Medicijnen bij infectie met norovirus
Geef vooral kinderen en zeventig plussers bij kans op uitdroging een speciaal drankje: ORS. ORS is een afkorting van het Engelse ‘oral rehydration salts’. In ORS zitten suikers en zouten die het lichaam nodig heeft om vocht op te nemen en vast te houden. ORS is verkrijgbaar onder verschillende merknamen. U kunt dit zonder recept bij de apotheek of drogist kopen als kant- en klare drank, of als oplospoeder waarmee u het drankje zelf kunt maken. Lees eerst de bijsluiter. Geef ORS zolang de ontlasting waterdun is. Als de patiënt veel braakt lijkt het vaak nutteloos om ORS te geven. Blijf het toch proberen. Niet teveel. Iedere tien minuten een eetlepel is al winst.
Hoe gaat het verder met de maagdarminfectie?
Buikgriep door het norovirus gaat meestal weer snel over. Sommige mensen voelen zich na een dag al veel beter, anderen zijn na twee of drie dagen weer opgeknapt. Omdat de darminfectie bij kinderen en ouderen langer kan duren, is het vooral bij hen belangrijk om steeds op uitdroging te blijven letten.
Neem contact op met uw huisarts:
- als u zich suf gaat voelen;
- als de waterdunne diarree langer dan 3 dagen aanhoudt (meer dan zesmaal per dag);
- als het drinken niet lukt;
- als u een dag (24 uur) niet meer heeft geplast;
- als u voortdurend buikpijn heeft;
- als er bloed of slijm bij de ontlasting zit;
- als u drie dagen lang koorts bij de diarree heeft;
- als de diarree na een week niet minder is geworden;
Bent u ouder dan 70, neem dan al contact op na 1 dag waterdunne diarree (zesmaal per dag), zeker als u er koorts bij heeft.
Voor kinderen geldt:
Neem direct contact op met de huisarts of HAP als uw kind jonger is dan 2 jaar en:
- steeds maar blijft huilen en niet te troosten is;
- suf of verward is;
- niet wil drinken;
- een dag niet meer plast;
- gedurende een dag (24 uur) meer dan zesmaal waterdunne diarree heeft;
- diarree en koorts heeft;
- diarree heeft en steeds moet overgeven;
- bloed of slijm bij de ontlasting heeft.
Als uw kind ouder is dan 2 jaar, neem dan contact op met de huisarts of HAP als het:
- aldoor blijft huilen;
- suf of verward is;
- niet wil drinken
- een 8-12 uur niet meer geplast heeft;
- diarree en 3 dagen koorts heeft;
- drie dagen lang meer dan zesmaal per dag waterdunne diarree heeft;
- na een week nog steeds diarree heeft die niet minder is geworden;
- bloed of slijm bij de ontlasting heeft.
