Samenvatting
- Iemand met een obsessieve compulsieve stoornis (O.C.S.) heeft steeds terugkerende gedachten die hij of zij eigenlijk niet wil hebben. We noemen dat dwanggedachten of obsessies.
- Iemand met O.C.S. moet van zichzelf bepaalde handelingen steeds weer doen. Deze dwanghandelingen noemen we compulsies.
- Iemand met O.C.S. is bang dat er bepaalde ernstige dingen kunnen gebeuren als hij of zij die dwanghandelingen niet steeds vol houdt.
- Mensen met een O.C.S. functioneren vaak minder goed op het werk of op school.
- Meestal is het bij O.C.S. nodig dat een psycholoog of psychiater u verder helpt.
- Door praten en oefenen kunt u leren uw gedachten en reacties op angst te veranderen. We noemen dat cognitieve gedragstherapie.
- Soms kan een behandeling met medicijnen helpen.
Wat is een obsessieve compulsieve stoornis?
Iemand met een obsessieve compulsieve stoornis heeft steeds terugkerende gedachten die hij of zij eigenlijk niet wil hebben.
Bij die dwanggedachten horen vaak dwanghandelingen. U moet van uzelf bepaalde handelingen steeds weer doen. Dwanghandelingen noemen we compulsies. De dwanghandelingen moeten volgens vaste regels worden uitgevoerd.
Iemand met een obsessieve- compulsieve stoornis is bang dat er bepaalde ernstige dingen kunnen gebeuren als hij of zij die dwanghandelingen niet steeds volhoudt.
Voor iemand met een obsessieve- compulsieve stoornis lijken de dwanghandelingen gevoelens van angst of somberheid te verminderen.
Iemand met een obsessieve- compulsieve stoornis weet meestal wel dat de dwanghandelingen overdreven zijn, maar hij of zij blijft het toch doen omdat hij of zij de angst en de paniek dan minder voelt.
U kunt veel last hebben van de dwanghandeling. Ze kunnen uw dagelijks leven erg in de weg zitten en kunnen ook veel tijd kosten.
Hoe ontstaat O.C.S.?
Waarom sommige mensen een obsessieve compulsieve stoornis krijgen is niet duidelijk. In sommige families komen angststoornissen als O.C.S. vaker voor. Erfelijkheid speelt daarbij een rol. Je zou kunnen zeggen dat de een meer kwetsbaar is dan de ander.
Er wordt gedacht dat bepaalde stoffen (neurotransmitters) invloed hebben op iemands gevoeligheid voor angst of paniek. Neurotransmitters zitten bij iedereen in het bloed en in het zenuwstelsel.
De manier waarop iemand met angst omgaat lijkt voor een deel ook aangeleerd. Opvoeding en ervaringen uit het verleden spelen daarbij een rol.
Sommige mensen krijgen bij verschijnselen van angst, zoals hartkloppingen en benauwdheid, het gevoel dat ze de situatie niet aankunnen. Daardoor neemt de angst, de dwangedachten en de neiging tot dwanghandelingen toe.
Sommige mensen hebben meer kans op angststoornissen als O.C.S., bijvoorbeeld:
- mensen die alleen wonen
- mensen zonder werk
- mensen met weinig inkomen
- mensen met een lagere opleiding
- gescheiden mensen
- mensen die depressief zijn (geweest)
- mensen met een verslavingsprobleem
- mensen die een hele heftige gebeurtenis hebben meegemaakt (psychotrauma)
Het is niet altijd duidelijk of de angststoornis de oorzaak of het gevolg is van de bovenstaande punten. Een obsessieve compulsieve stoornis kan zich bijvoorbeeld uiten doordat u alleen woont. Maar u kunt ook alleen gaan wonen omdat u een obsessieve compulsieve stoornis heeft.
Wat zijn de verschijnselen van O.C.S.?
Voorbeelden van dwanghandelingen zijn:
- Steeds weer controleren of een fotolijstje precies op de goede plek staat;
- Steeds controleren of een kraan goed dicht zit;
- Eindeloos handen wassen, steeds maar weer;
- Op een trap steeds bepaalde treden overslaan;
- Een bepaalde handeling steeds een vast aantal keer doen, bijvoorbeeld drie keer in uw handen klappen voor u de voordeur opendoet.
- Alle oude kranten bewaren en netjes op stapeltjes zetten op een vaste plek die nooit mag veranderen.
- Dingen op een tafel steeds heel netjes en precies naast elkaar leggen;
- In uw hoofd steeds rijtjes tellen;
- Voortdurend bidden;
Al dat soort dwanghandelingen worden gedaan om dingen of gedachten te voorkomen zoals:
- Het onverwacht overlijden van een dierbaar familielid;
- Het maken van een fout met ernstige gevolgen;
- Een woede uitbarsting;
- Besmetting met een ernstige ziekte;
- Heftige seksuele gedachten;
- De boosheid van God.
Mensen met een obsessieve- compulsieve stoornis functioneren vaak minder goed op het werk of op school. Voor gezinsleden van iemand met een obsessieve- compulsieve stoornis kan het moeilijk zijn om er mee om te gaan. Soms kunnen gezinsleden zelfs gedwongen worden om mee te doen aan de dwanghandelingen. Bijvoorbeeld alles extreem netjes op moeten ruimen en recht leggen.
Adviezen bij O.C.S.
Voor iemand met een obsessieve- compulsieve stoornis is het vaak belangrijk om contact te hebben met een psycholoog of psychiater. U kunt ook zelf wat doen om uw klachten aan te pakken.
Begin bijvoorbeeld met het bijhouden van een ‘dagboekje’: Schrijf op wat er gebeurt op momenten dat u zich angstig voelt. Welke gedachten spelen er dan door uw hoofd? Waar bent u bang voor? Wat voelt u? Hoe reageert u hierop? En wat doet u dan?
Kijk eens kritisch of uw gedachten wel kloppen en of er echt reden is voor paniek. Bedenk vervolgens welke positieve, geruststellende gedachten u voortaan tegenover uw angstige gedachten kunt zetten.
Schrijf deze positieve gedachten op zodat u ze op moeilijke momenten kunt nalezen. Zoek steun bij mensen die u vertrouwt. Leg aan hen uit waar u last van heeft. De meeste mensen hebben hier begrip voor. Laat hun eventueel deze tekst lezen.
Hoe gaat het verder met O.C.S.?
Als u een dagboekje heeft bijgehouden, kan het helpen dit samen te bespreken. Dan wordt vaak duidelijk hoe uw angsten ontstaan. Misschien is er ook een manier te vinden om de cirkel van aanleiding, angst voor de angst, dwanghandelingen te doorbreken.
Meestal is het bij een obsessieve-compulsieve stoornis nodig dat een psycholoog of psychiater u verder helpt. Door praten en oefenen kunt u leren uw gedachten en reacties op angst te veranderen. We noemen dat cognitieve gedragstherapie.
Als u na regelmatig praten en oefenen toch veel klachten houdt, dan kan een behandeling met medicijnen (antidepressiva) soms wel helpen.
Uiteindelijk kunt u bereiken dat u nog maar weinig last heeft van uw dwanggedachten en dwanghandelingen. Een terugval is wel mogelijk. Als u merkt dat de klachten terugkomen, denk dan niet dat het vanzelf wel weer overgaat. Wacht niet te lang en maak een afspraak voor op het spreekuur, of neem contact op met de psycholoog of psychiater die u geholpen heeft.
Meer informatie over O.C.S.
Voor meer informatie kunt u terecht bij:
- de Angst, Dwang en Fobie stichting.
- de Psychowijzer.
- de zelfhulpwijzer. Hier kunt u een zelftest doen en een zelfhulpcursus vinden.
De informatie over hypochondrie is gebaseerd op de wetenschappelijke richtlijn voor huisartsen, de NHG-Standaard Angst.
