Mijn kind heeft kinkhoest

Onderwerp
Synoniemen
Pertussis

In het kort

  • Kinkhoest is een ziekte van de keel, neus en luchtwegen.
  • Kinkhoest wordt veroorzaakt door een bacterie.
  • De bacterie wordt overdragen door niezen of hoesten.
  • Klachten zijn verkoudheid, niezen, lichte koorts en (hevige) prikkelhoest.
  • Kinkhoest gaat vanzelf over, na 2 tot 4 maanden.
  • Een kind met kinkhoest dat zich verder goed voelt, kan gewoon naar school of het kinderdagverblijf.
  • Neem contact op met uw huisarts als iemand in uw gezin verschijnselen van kinkhoest heeft en
    • u meer dan 34 weken zwanger bent (en u tijdens de zwangerschap niet tegen kinkhoest bent ingeënt);
    • uw kind jonger is dan 1 jaar (en u tijdens de zwangerschap niet tegen kinkhoest bent ingeënt).

Wat is kinkhoest?

Kinkhoest is een bacteriële infectie van de bovenste luchtwegen, waarbij een kind  heftige hoestbuien heeft, met opgeven van veel slijm en gierend inademen na de hoestbui.

Een volwassenen kan ook kinkhoest krijgen.

Wat zijn de verschijnselen van kinkhoest?

Kinkhoest begint met een verkoudheid, niezen, lichte koorts en prikkelhoest.

Na twee weken ontstaan hevige, plotseling opkomende hoestbuien met opgeven van helder, taai slijm, soms met overgeven en/of blauw aanlopen. De hoestbui eindigt vaak met een lange gierende inademing. De hoestbuien zijn uitputtend, waardoor bij baby’s de kracht om te drinken kan afnemen. Baby’s kunnen van kinkhoest hangerig en lusteloos worden, soms worden ze benauwd en blauw, zonder dat ze hoesten.

Na enkele weken worden de hoestbuien minder heftig. Alles bij elkaar kan het hoesten soms drie tot vier maanden duren.

Een volwassene kan kinkhoest hebben zonder de kenmerkende verschijnselen. Zo iemand is dan verkouden en blijft vaak wel een tot drie maanden door hoesten.

Hoe ontstaat kinkhoest?

Kinkhoest wordt veroorzaakt door een bacterie (Bordetella pertussis). Iemand met kinkhoest kan de bacterie overdragen door niezen of hoesten. De kleine druppeltjes uit de mond of keel worden dan door anderen ingeademd.

Na besmetting duurt het één tot drie weken voor uw kind verkouden wordt. Het duurt dan nog twee weken voor de echte ‘kinkhoestbuien’ beginnen. Vanaf het begin van de verkoudheid tot ongeveer zes weken daarna kan uw kind de bacterie op anderen overdragen. De ziekte is dus al besmettelijk voordat de kenmerkende hoestbuien optreden.

Adviezen bij kinkhoest

Kinkhoest gaat vanzelf over, al duurt het soms maanden. Rust kan ervoor zorgen dat uw kind wat minder hoestaanvallen krijgt. Maar in bed blijven is niet nodig. Laat een kind met kinkhoest gerust spelen als het daar zin in heeft.

  • Op het moment dat een kind duidelijk kinkhoestbuien heeft, is de meest besmettelijke periode al voorbij. Mensen in de directe omgeving zijn dan vaak al besmet. Het heeft daarom weinig zin een kind met kinkhoest thuis te houden.
  • Een kind met kinkhoest dat zich verder goed voelt, kan gewoon naar school of het kinderdagverblijf. Het is wel belangrijk om daar te melden dat uw kind kinkhoest heeft. Dan kan de leiding van de school of het kinderdagverblijf andere ouders over de ziekte informeren zodat zij eventuele kinkhoest bij hun kind herkennen.

Voor kinderen jonger dan een jaar geldt: houd ze zo mogelijk uit de buurt van iemand met kinkhoest. Kinderen jonger dan een jaar zijn nog niet of nog niet volledig ingeënt tegen kinkhoest. Als er toch kans is op besmetting, moet u met de huisarts contact opnemen. Soms wordt een baby in een gezin waar kinkhoest heerst vervroegd ingeënt. Normaal krijgen baby’s de eerste kinkhoestprik als ze 2 maanden oud zijn. Maar het kan al vanaf 4 weken.

Vrouwen die meer dan 28 weken zwanger zijn, krijgen sinds kort het advies om zich opnieuw tegen kinkhoest te laten inenten. U kunt deze DKTP-prik bij uw huisarts halen, bij voorkeur enkele weken voor de bevalling. Dan is uw pasgeborene straks tegen kinkhoest beschermd, al vóór dat het zelf hiertegen is ingeënt. De kans dat uw pasgeborene kinkhoest krijgt en daar ernstig ziek van wordt is dan uiterst klein. De inenting heeft geen bijwerkingen of risico's voor uzelf of voor uw zwangerschap. Dit advies geldt in Nederland sinds 15 december 2015.

Vrouwen die meer dan 34 weken zwanger zijn en tijdens de zwangerschap (nog) niet opnieuw tegen kinkhoest zijn ingeënt, moeten zo mogelijk uit de buurt blijven van mensen met kinkhoest. Is er iemand in het gezin die kinkhoest heeft, dan moet de zwangere met de huisarts contact opnemen. Een vrouw die tijdens de geboorte kinkhoest heeft, kan het direct overdragen op de baby. 

Vaccinatie tegen kinkhoest

Kinderen worden in het eerste levensjaar vier keer tegen kinkhoest ingeënt, de eerste keer als ze twee maanden zijn. De inenting tegen kinkhoest (K) zit samen met de inenting tegen difterie (D), tetanus (T) en polio (P) in de DKTP-prik.

Elke inenting draagt bij aan bescherming en na 3 inentingen (gegeven tussen 2 tot 4 maanden) zijn kinderen beschermd tegen kinkhoest. De vervolgvaccinaties (11 maanden en 4 jaar) zorgen voor een langere bescherming.

Vrouwen die meer dan 28 weken zwanger zijn, krijgen sinds kort het advies om zich opnieuw tegen kinkhoest te laten inenten. U kunt deze DKTP-prik bij uw huisarts halen, bij voorkeur enkele weken voor de bevalling. Dan is uw pasgeborene straks tegen kinkhoest beschermd, al vóór dat het zelf hiertegen is ingeënt. De kans dat uw pasgeborene kinkhoest krijgt en daar ernstig ziek van wordt is dan uiterst klein. De inenting heeft geen bijwerkingen of risico's voor uzelf of voor uw zwangerschap. Dit advies geldt in Nederland sinds 15 december 2015.

De inenting tegen kinkhoest geeft een goede maar geen volledige bescherming gedurende vier tot twaalf jaar. Als een kind dat is ingeënt toch kinkhoest krijgt, verloopt de ziekte milder.

Medicijnen tegen kinkhoest

Er bestaan antibiotica tegen de kinkhoestbacterie, maar het geven van die antibiotica heeft over het algemeen geen zin. De hoestbuien worden er niet minder door en de kinkhoestperiode duurt even lang. Alleen als er in het gezin een zwangere vrouw of een baby (onder één jaar) is, wordt overwogen het hele gezin antibiotica (azitromycine of erytromycine) te geven om besmetting van de baby te voorkomen. Dit soort maatregelen wordt ook genomen in gezinnen met een kind dat bijvoorbeeld een hartkwaal of een longziekte heeft.

Azitromycine is een macrolide-antibioticum. Macrolide-antibiotica werken tegen infecties met bacteriën.

Artsen schrijven het voor bij infecties met bacteriën, zoals luchtweginfecties (longontsteking, acute bronchitis, keelpijn, middenoorontsteking, bijholteontsteking), de geslachtsziekte (SOA) chlamydia,  huidinfecties, de ziekte van Lyme, bij diarree en de geslachtsziekte gonorroe.

Bron: Apotheek.nl

Hoe gaat het verder met kinkhoest?

Het hoesten kan drie tot zelfs vier maanden doorgaan. Een kind dat kinkhoest heeft doorgemaakt, is daarna langdurig tegen de ziekte beschermd. Toch geldt voor iemand die kinkhoest heeft gehad dat hij of zij na tien tot vijftien jaar weer een milde vorm van kinkhoest zou kunnen krijgen. Dit geldt ook voor mensen die volledig zijn ingeënt tegen kinkhoest.

Wanneer contact met de huisarts bij kinkhoest?

Over het algemeen zullen de heftige hoestbuien aanleiding zijn om eens langs de huisarts te gaan om te controleren of het nu om kinkhoest gaat of dat er wat anders aan de hand is. Neem ook contact op als er kans is dat een baby besmet is of wordt met kinkhoest of als een vrouw in het gezin meer dan 34 weken zwanger is.

Bel ook als u merkt dat uw kind steeds zieker wordt. Dat merkt u bijvoorbeeld wanneer uw kind:

  • niet of te weinig drinkt;
  • steeds braakt;
  • suf wordt;
  • benauwd wordt of heel snel gaat ademen;
  • blijft huilen of gaat kreunen; 
  • een grauwe huidskleur krijgt.

Meer informatie over het Rijksvaccinatieprogramma

Meer informatie over het Rijksvaccinatieprogramma vindt u op rijksvaccinatieprogramma.nl.

Meer informatie over kinkhoest

De informatie over kinkhoest is gebaseerd op de wetenschappelijke richtlijn voor huisartsen, de NHG-Standaard Acuut hoesten.

Deze tekst is voor het laatst herzien op 1 jul 2012